Geaccrediteerde nascholing
Menu

Kijken tijdens reanimatie

1 maart 2019 Vries, dr. T.W. de Geen reacties
Categorie: Blog

Uit simulatietrainingen in de luchtvaart met eye-trackingtechnologie, waarmee de blikrichting kan worden vastgesteld, blijkt dat ervaren piloten tijdens een normale vlucht en in noodsituaties telkens hun blik laten dwalen over de verschillende instrumenten en minder fixeren op een beperkt aantal instrumenten. Onervaren piloten fixeren veel meer. De verhouding tussen dwalen en fixatie hangt samen met de kwaliteit van handelen: ervaren piloten, die hun blik meer laten dwalen over de verschillende instrumenten, lossen noodsituaties adequater op.

Een Engelse groep ging na of iets dergelijks ook speelt bij kinderartsen in simulaties van kindergeneeskundige spoedgevallen. Daartoe vergeleken ze de duur van de blikrichting van acht kinderartsen en zeven kinderintensivisten. Deze kregen allen het scenario van een 4-jarig kind met ventrikelfibrilleren na een overdosis tricyclische antidepressiva. Beoordeeld werd hoe lang de proefpersonen keken naar de ademweg en de thorax enerzijds en het algoritme ‘hartstilstand’ en de defibrillator anderzijds. De onderzoekers zagen af van statistische analyse gezien de geringe aantallen.

Alle proefpersonen keken vooral naar de ademweg en de thorax, de intensivisten het meest: 396 ms gefixeerd en 96.286 ms dwalend; de kinderartsen 297 ms gericht en 76.017 ms dwalend. De kinderartsen keken gemiddeld 51.180 ms naar de defibrillator en het algoritme, de intensivisten slechts 19.804 ms. De intensivisten startten masker- en ballonbeademing eerder (na 27 s) dan de algemeen kinderartsen (34 s), begonnen eerder met thoraxcompressies (32 s vs 60 s) en dienden sneller de eerste shock toe (na 105 s vs 142 s).

Deze resultaten suggereren volgens de auteurs dat kinderintensivisten beter zijn in dit scenario: zij letten vaker en gerichter op de ademweg en de thorax en starten eerder met behandeling. Zij maken dit natuurlijk vaker mee. De auteurs schrijven dat de blikrichting niet alleen iets zegt over de vaardigheid, maar ook een mogelijkheid geeft voor actieve interventie en verbetering zoals dat in de luchtvaart ook gebeurt: onervaren piloten wordt geleerd meer rond te kijken naar andere instrumenten. De auteurs suggereren dat dit mogelijk ook aanknopingspunten geeft voor de training in de opvang van ernstig zieke kinderen. Het zou dus zomaar kunnen gebeuren dat cursisten in Riel over een tijd simulatietrainingen doen met behulp van eye-trackingtechnologie. Ondertussen wachten we op verder onderzoek dat deze eerste pilotdata (excuses voor het woordgrapje) kan ondersteunen.

Literatuur

McNaughten B, Hart C, Gallagher S, Junk C, Coulter P, Thompson A, et al. Clinicians’ gaze behavior in simulated paediatric emergencies. Arch Dis Child. 2018;103:1146-9.