Therapietrouw bij astma; een observationele studie

1 maart 2016 Illy, Drs. K.E. Geen reacties
Categorie: Blog

Het succes van de behandeling van een chronische aandoening zoals astma is voor een belangrijk deel afhankelijk van het trouw innemen van medicatie. Helaas is een slechte therapietrouw echter eerder regel dan uitzondering. Dit kan het gevolg zijn van onvoldoende inzicht bij patiënten en hun ouders in de noodzaak en achtergronden van behandeling. En vanzelfsprekend spelen wij, kinderartsen, een belangrijke rol bij het verschaffen van informatie over de ziekte en over de noodzaak tot het dagelijks gebruiken van medicatie.

Therapieontrouw wordt in toenemende mate gezien als een ‘aandoening’ die kan worden gediagnostiseerd en behandeld. De mate waarin therapietrouw kan worden verbeterd door hier specifiek aandacht aan te schenken, is echter tot op heden niet onderzocht. Als het klopt dat de ziekteperceptie van de ouders en het geloof in medicatie inderdaad de belangrijkste voorwaarden voor therapietrouw zijn, dan moet daaruit volgen dat patiënten van wie de ouders geheel op één lijn staan met het medische team over de behandeling van astma, een zeer goede therapietrouw hebben.

In Zwolle verrichtte Ted Klok een observationele studie met als doel de therapietrouw voor inhalatiecorticosteroïden (ICS) te beoordelen bij 2 tot 12 jaar oude kinderen met astma. De focus lag op de rol van ziekteperceptie en geloof in medicatie, aannemend dat deze verschillend zouden zijn tussen families met een hoge en families met een lage therapietrouw. De resultaten van het onderzoek – ‘Long-term adherence to inhaled corticosteroids in children with asthma: Observational study’ – werden gepubliceerd in Respirational Medicine (Respir Med. 2015;109:1114-9).

In totaal werden 135 kinderen gedurende een jaar gevolgd, terwijl zij de standaard ‘Zwolse’ begeleiding en behandeling kregen. De Zwolse methode bestaat uit het verkrijgen van consensus bij patiënten en hun ouders over het behandelplan, inclusief het dagelijks gebruik van ICS, met behulp van ‘shared decision making’. Getracht wordt dit te bewerkstelligen door een uitgebreid educatieprogramma, door het met de ouders uitvoerig bespreken van ziekteperceptie en geloof in medicatie, door het regelmatig checken van de juiste inhalatietechniek en ten slotte door het creëren van regelmatige follow-upmomenten, waarbij een laagdrempelige bereikbaarheid van kinderarts en astmaverpleegkundige centraal staat.

De therapietrouw werd gemeten met elektronische inhalatoren. Ziekteperceptie en geloof in medicatie door de ouders, alsmede de mate van astmacontrole, werden gemeten met behulp van diverse vragenlijsten. De belangrijkste waren de BMQ (Beliefs about Medicines Questionnaire) en de ACQ (Asthma Control Questionnaire). De mediane therapietrouw voor ICS was hoog: 84% van de voorgeschreven doses. Ondanks de hoge mediane therapietrouw waren er toch 55 kinderen (40%) die de drempel van een goede therapietrouw van 80% niet haalden. Kinderen met een lage therapietrouw hadden ook lagere waarden van astmacontrole. Bij de meeste ouders bestond een volledige overeenstemming met het medische team ten aanzien van de noodzaak tot het dagelijks gebruik van ICS. Dit vertaalt zich in een hoge mediane BMQ-score van 17. Bij de beantwoording door ouders van de vijf belangrijkste vragen over het programma werd duidelijk dat er een grote mate van overeenstemming was met betrekking tot ziekteperceptie en geloof in medicatie. Maar: de verschillen in deze percepties tussen ‘trouwe’ en ‘ontrouwe’ families waren klein en niet-significant.

Toch een beetje teleurstellend, nietwaar? Dat slechte therapietrouw kan voortduren, ondanks een hoog niveau van overeenstemming met het medische team over de noodzaak tot dagelijks gebruik van ICS en ondanks ouders met veel ziekte-inzicht en met geloof in medicatie. We moeten dus haast aannemen dat er meer voor nodig is om een verdere verbetering van de therapietrouw te bereiken. Vermoedelijk is dat maatwerk, met een persoonlijke beoordeling van de mate van therapietrouw en een gedetailleerde discussie over de mogelijke barrières voor therapietrouw.