Geaccrediteerde nascholing
Menu

Tramadol is veilig tijdens borstvoeding en voor pasgeborenen

1 maart 2019 Vries, dr. T.W. de Geen reacties
Categorie: Blog

Het geven van opoïden gaat altijd gepaard met zorgen over sufheid en ademdepressie. Dit speelt ook bij pasgeborenen en moeders die borstvoeding geven. Tegenwoordig wordt het gebruik van codeïne door zogende moeders afgeraden. Er zijn verschillende pasgeborenen beschreven die ademdepressie kregen en zelfs overleden na het drinken van moedermelk van een moeder die codeïne nam. Recent raadde het Farmacotherapeutisch Kompas ook het gebruik af van tramadol, een relatief minder sterk opoïd, zowel bij borstvoeding als bij pasgeborenen. Een recent artikel betoogt echter dat deze waarschuwing onterecht is: er zijn grote verschillen tussen tramadol en codeïne. Codeïne zelf heeft geen pijnstillende of sederende eigenschappen; het wordt met behulp van cytochroom P450 2D6 (kortweg CYP2D6) omgezet in morfine en dat geeft de effecten. Morfine verschijnt in hoge concentraties in moedermelk en geeft ademdepressie bij het kind. Sommige volwassenen hebben een overactief CYP2D6. Na inname van codeïne wordt bij hen snel een nog hogere morfineconcentratie bereikt. Dat was bij de moeders van de kinderen met ademdepressie het geval.

Tramadol heeft pijnstillende eigenschappen en nauwelijks effecten op de ademhaling. Het wordt door CYP2D6 omgezet in het even actieve desmethyltramadol (M1). Vooral deze M1 veroorzaakt ademdepressie en sufheid. Daarnaast wordt tramadol via andere cytochroomsystemen omgezet in niet-actieve vormen.

De plasmaconcentraties van tramadol en M1 van het kind hangen af van de plasmaconcentratie bij de moeder, de hoeveelheid gedronken moedermelk en de neonatale klaring. Ongeveer 2,5% van de door de moeder ingenomen dosis tramadol komt in de borstvoeding terecht en 0,6% van haar M1. CYP2D6 is bij voldragen pasgeborenen nog niet actief; dat gebeurt pas op de leeftijd van enkele maanden. Dat betekent dat zij tramadol niet omzetten in M1 en daarom geen risico lopen op hoge serumconcentraties M1 en daarmee op ademdepressie.

De auteurs betogen daarmee dat ze het een slecht idee vinden tramadol voor pasgeborenen en bij borstvoeding af te raden. Bij hen kunnen immers geen hoge concentraties M1 ontstaan. Ze vrezen dat nu andere, wellicht sterkere opioïden, waarvan de farmacokinetiek bij pasgeborenen niet zo goed is uitgezocht, gemakkelijker zullen worden voorgeschreven, met alle risico’s van dien. Het afraden van tramadol aan zogende vrouwen lijkt dan ook niet rationeel.

Literatuur

www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/t/tramadol
Palmer GM, Anderson BJ, Linscott DK, Paech MJ, Allegaert K. Tramadol, breast feeding and safety in the newborn. Arch Dis Child. 2018;103:1110-3.