Geaccrediteerde nascholing
Menu

Aanvallen bij kinderen

Een gestructureerde leeftijdsafhankelijke classificatie

  • 00Inleiding
  • 01Neonatale periode (0-4 weken)
  • 02Zuigelingen (1-12 maanden)
  • 03Peuterleeftijd (1-4 jaar)
  • 04Schoolgaande kinderen (4-12 jaar)
  • 05Pubers en adolescenten (12-18 jaar)
  • 06Ten slotte
  • 07Reacties (0)

Samenvatting

Bij kinderen komt een groot scala van aanvalsgewijs optredende fenomenen voor. Voor de klinische praktijk is het onderscheid tussen epileptische en niet-epileptische gebeurtenissen van belang. Daarnaast komen tijdens slaap bijzonderheden voor die de kinderarts moet kunnen herkennen. Een goede aanvalsbeschrijving is heel belangrijk bij het stellen van de juiste diagnose. Video-opnamen van de aanvallen kunnen hierbij uiterst behulpzaam zijn.
In dit artikel worden de voor de verschillende leeftijdsperioden meest voorkomende aanvallen besproken, waarbij een indeling wordt gemaakt in niet-epileptische, epileptische en specifieke slaapgerelateerde aanvallen. Bij twijfel over de oorzaak van aanvallen is het raadzamer het klinische beloop af te wachten en zo nodig de diagnostiek uit te breiden dan ten onrechte de diagnose epilepsie te stellen.

Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden aangeschaft

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Brouwer, Prof. dr. O.F.
Doornebal, Drs. N.
Rubriek Thema artikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 16 september 2015
Editie Praktische Pediatrie - Jaargang 9 - editie 3 - Nummer 3 | Aanvallen

Leerdoelen

Na het lezen van dit artikel:

  • kent u de meest voorkomende oorzaken van aanvalsgewijs optredende fenomenen bij kinderen;
  • kunt u op grond van de klinische fenomenologie onderscheid maken tussen epileptische en niet-epileptische aanvallen;
  • weet u dat een goede aanvalsbeschrijving, liefst ondersteund door een video-opname, onontbeerlijk is bij het stellen van de juiste diagnose;
  • weet u dat een EEG-uitslag gecorreleerd moet worden aan de kliniek;
  • begrijpt u waarom je beter ten onrechte niet dan ten onrechte wel de diagnose epilepsie kunt stellen.